Ilonka's Column

Het leven van een echte supporter
sept 20
2009

Penisnijd

Posted by: Mark

Tagged in: Untagged 

Zoals ik al eerder heb gezegd is ijshockey een stoere macho mannen sport. Waar ik me elke keer maar weer over verbaas is dat praktisch erg veel mannen homofoob zijn en elk mannelijk lichamelijk contact verafschuwen, maar rustig met zijn allen na het sporten onder luid gebrul naakt bij elkaar onder de douche kruipen. Normaal wordt elk lichamelijk contact met hetzelfde geslacht vermeden, maar in een teamsport wordt er vrolijk op los geknuffeld, een aai over de bol gegeven, ferm op de billen getikt en af en toe zie ik de ijshockeyers de stick een lieflijk klein tikje richting kruis van hun teamgenoot geven. Dat in combinatie met het virtuoze schaatsspel wat sommigen beheersen, is een waar genot voor het vrouwelijk oog. Prachtig om te zien hoe sommige mannen wiens naam ik niet zal noemen schaatsen als een kunst hebben verheven en als een prima ballerina over het ijs bewegen alsof ze de laatste akte van de stervende zwaan dansen. Het is bijna licht erotisch. Een soft muziekje eronder, de beelden wat vertraagt af laten spelen en je hebt de eerste vrouwvriendelijke s*ftporno. En het is mooi dat we daar als vrouw toeschouwer van mogen zijn. Het is natuurlijk het ultieme bewijs dat mannen best wel gevoelig zijn en hun emoties kunnen laten zien. In tegenstelling tot wat veel vrouwen denken , hebben mannen wel een hart, maar verbergen dit achter een zeer goed beschermde borst protector. De mannen van de ijshockeyploeg zijn sowieso erg goed beschermd. Bijna elk lichaamsdeel ligt verborgen onder een laag warme kleding en goed stevig plastic waar Tupperware jaloers op zou zijn. Gegarandeerd een levenslange garantie. En dat is nodig ook, want er kan veel kapot en stuk gaan tijdens een ruige ijshockey wedstrijd. Wat te denken van het mannelijke ego na een verloren strijd. Daar is geen enkele bescherming tegen bestand. Het ego, is de achilleshiel van bijna elke man. Woeste zeeën worden doorkruist, oorlogen gewonnen, aardbevingen overleefd, maar een opmerking over zijn mannelijkheid, zijn moeder of zijn vrouw, en de meest grote sterke man verandert in een klein kwetsbaar jongetje. Naast het ego heeft de ijshockeyman nog een zeer kwetsbare gevoelige plek, tevens belangrijk onderdeel van zijn meestal zeer grote ego nl, zijn geslachtsdeel. Deze gevoelige plek wordt wel goed en veilig afgeschermd tegen de grote boze buitenwereld. Dat gebeurt door middel van een tok. Het is een vreemd woord; tok. Ik vraag me af waar het vandaan komt en wie het heeft uitgevonden. Vast en zeker een 18e eeuwse ijshockeyer die ooit zijn zaakje niet kon beschermen tegen de verpletterende kracht en de snelheid van de puck die hem zijn nageslacht ontnam. TOK; Tegen Ongewenste Kinderloosheid. Het had ook TOP kunnen heten; Tegen Overgevoelige Piemels. Nu we het toch over piemels hebben. Het blijft voor vrouwen fascinerend om te zien hoe mannen hiermee omgaan. Vanaf het moment dat ze als baby ontdekt hebben dat ze er een hebben, kunnen ze de neiging om eraan te zitten niet meer onderdrukken. Ongegeneerd wordt er in het openbaar over gepraat, mee gedweept, mee gespeeld en vaak wordt er in kleedkamers een vergelijkend warenonderzoek gehouden. Ik vraag me af wat er zich verder allemaal in de kleedkamers afspeelt. Ik denk dat dit het best bewaarde geheim is in het mannenbolwerk van het ijshockey. Misschien moet ik toch eens op onderzoek gaan.......

 

sept 20
2009

Apekooi

Posted by: Mark

Tagged in: Untagged 

Een van de mooie dingen van ijshockey is dat het nooit saai is. Er gebeurt altijd wat. De puck vliegt met een vaart langs sticks en gespierde kuiten over het ijs zijn weg zoekende naar het doel, waar hij uiteindelijk onder het grote imposante lijf van de goalie terecht komt. Zo nu en dan klapt er een speler, vaak opzettelijk tegen de boarding. Er wordt gejuicht, gefloten, gemopperd en gescholden. En….. er wordt gevochten. In een mum van tijd vliegen de sticks op het ijs, wordt de helm afgegooid, de handschoenen op het ijs gekwakt, waarna de spelers elkaar letterlijk in de haren vliegen. Als hulpverlener zijnde moet ik sterk de neiging om te gaan bemiddelen en de heren een cursus agressieregulatie aan te bieden, onderdrukken. Ik realiseer me ook dat een ijshockeywedstrijd nu niet the place to be is om zaken uit te gaan praten en om af te sluiten met een groepshug. IJshockey is eigenlijk een bijzondere sport, want het is een van de weinige sporten waar meer geweld gebruikt wordt door de spelers dan de supporters, want die zijn in geen velden of wegen te bekennen. Dat is voor de spelers misschien wel lullig, maar voor de Nederlandse gemeenschap erg veilig en spotgoedkoop. Het kost namelijk geen rooie cent. Er hoeft geen extra politiemacht op de been te komen voor de wedstrijd tussen de Pubstars en de Bluecaps. Er hoeven geen speciale stewards opgeleid te worden om de menigte, die in dit geval uit vier mensen bestond, in bedwang te houden. De NS hoeft niet bang te zijn dat na de wedstrijd hun treinen ten prooi vallen aan vandalisme. Ook hoeven de clubs niet bang te zijn dat ze een geldboete krijgen en geschorst worden voor een aantal wedstrijden als sanctie voor het supportersgedrag. Ook hoeven eventuele risicowedstrijden niet zonder publiek gehouden te worden, want eigenlijk gebeurt dat nu al. De enige rookbom die je tijdens een wedstrijd waarneemt is een trouwe supporter die in de rust van de spanning zoveel sigaretten achter elkaar rookt, dat er vanuit de kantine een dik rookgordijn ontstaat. Nee, van supportersrellen kun je in de ijshockey niet spreken. Eigenlijk niet eens van supporters. Het publiek bestaat uit de vrouw van…., de vader van….. , de broer van de vrouw van…en een speler van…..Het is net een vreedzaam familiefeestje. Neem dan de bonken testosteron die de helm op het ijs kwakken, hun spieren oppompen, hun borstkas groot maken en onder luid gebrul de tegenstander af willen schrikken. Wat een agressie. Wat dat betreft zie ik veel overeenkomsten met een apenkolonie. Het oude Alfamannetje heeft zijn leiderschap overgedragen op het nieuwe Alfamannetje en ziet vanaf de bank toe hoe zijn opvolger verdeelt en heerst. Af en toe schreeuwt hij vanaf de zijkant wat aanwijzingen toe. Zijn opvolger moet alle andere mannetje in toom houden om te zorgen dat er rust en kalmte in de kolonie heerst. Op de momenten dat de jongere mannetjes in gevecht zijn met een vijandelijk mannetje maken ze hun lijf groot en slaan ze met hun vuist op de borst. Het nieuwe Alfamannetje grijpt in door het jongere aapje weg te sturen en het gevecht over te nemen. Door zijn natuurlijk leiderschap heeft het Alfamannetje weinig verbaal geweld nodig en door slechts zijn lichaamstaal te gebruiken schrikt hij veelal vijandelijke mannetjes af. Een gevecht wordt zo in de kiem gesmoord. Het nieuwe Alfamannetje heeft bewezen een ware leider te zijn. Normaal gedraagt een Alfamannetje zich op deze manier in de groep om de wijfjes te imponeren. Gezien er niet of nauwelijks wijfjes in de buurt zijn, zal nader onderzoek nog nodig zijn om deze wetenschappelijke bewering opnieuw onder de loep te nemen. Zoals ik al eerder zei, ijshockey blijft een fascinerende sport om naar te kijken.

 

sept 05
2009

VIRUS...

Posted by: Mark

Tagged in: Untagged 

Ik heb al een jaar of  drie last van een virus. Namelijk het IJshockeyvirus. Toen mijn toenmalige Lief,  na jaren de ijshockeyschaatsen van zolder haalde, moest ik er ook aan geloven. IJshockey was een beetje een ver- van - mijn bed- show. Ik ben namelijk vreselijk a-sportief. Ik doe zelf niet aan sport en op zondagavond kijk ik naar alles wat beweegt, behalve naar de sportzender. Voetbal snap ik nu een klein beetje, alhoewel ik meer naar de knikkers (voetbalbenen )kijk, dan naar het spel. Net zoals ik niet begrijp wat mensen leuk vinden aan carnaval, snap ik eigenlijk ook niet wat mensen nu zo leuk vinden aan ijshockey. Nu ik erover nadenk lijken carnaval en ijshockey wel een beetje op elkaar. Je trekt een raar pak aan, zet vreselijke ( orgel ) muziek op en gaat hossen en in dit geval botsen op de (ijs)vloer. 
Ik begreep ik al die ophef niet over die "fantastische" sport. Ik vond het eigenlijk een ontzettend gedoe en je kreeg er een boel troep van. Neem nou dat thermo-ondergoed wat hij drie keer in de week in de was propte. Het fanatisme, de hormonen en het zweet droopt ervanaf. Heb je ooit zoiets geroken? Een dode muskusrat is er niets bij. Het Thermo-ondergoed doet me trouwens denken aan de westerns van Ennio Morricone. Daar zag je mooie stoere cowboys in lopen. Ik heb ooit Clint Eastwood waanzinnig aantrekkelijk gevonden, maar sinds ik hem in the Good, the Bad and the Ugley heb gezien in zijn ondergoed was ik voorgoed genezen. Toen mijn toenmalige Lief zijn nieuwste onderkleding aan mij showde ging ik gelijk voor hem op de knieen. Niet uit aanbidding, maar puur van de slappe lach. Wat een a-seksuele uitstraling. Een beter voorbehoedsmiddel kun je niet bedenken. En toen kwam hij op een dag thuis met zijn ijshockeytas. Die tas, die is zo ontzettend groot, dat je er een lijk in kan verbergen. Dat ding staat trouwens altijd en overal in de weg, waar je die ook neerzet. Maar toen mijn toenmalige Lief zijn uitrusting aantrok, was ik gelijk verkocht. Mijn 1.92 meter lange ex-Lief was ineens een gigantische, stoere boom van een vent. Een pak doet namelijk erg veel en niet alleen in de sport. Ik ben van nature iemand die met haar kerel wil pronken en hoe kan dat beter door iedereen in de omgeving met trots te vertellen dat hij bij ijshockey zit. Niet alleen bij ijshockey, ook nog bij de brandweer! Dat maakt indruk. Daar kun je mee thuiskomen als vrouwzijnde, of hij nu scoort of branden blust, dat maakt in feite niet eens uit. Het gaat om de uitstraling. En hoewel de liefde niet mag afhangen van statussymbolen en uiterlijkheden was ik erg blij dat mijn toenmalige Lief bij de brandweer zat en niet bij een blaaskapel en dat hij ijshockey beoefende in plaats van korfbal. Want zeg nou zelf. Zo'n ijshockeyploeg straalt toch zeker een brok testosteron en mannelijkheid uit. Het maakt van iedere jongen een echte stoere man. Een ijshockeyteam is vaak een redelijke jonge ploeg vol met jonge jongens die wat schuchter en wat verlegen over kunnen komen, zeker als er een vreemde ( vrouwelijke ) eend in de bijt zit. Maar zoals Assepoester in een echte prinses verandert, zo veranderen deze aardige schuchtere jongens in één brok dynamiek op het ijs. Stoer, sterk en strijdvaardig! Vol trots kijk ik naar ze tijdens een wedstrijd. Want waar ik vroeger een stel kleine kinderen zag met een grote bal, zo zie ik nu een stel grote mannen met een kleine puck.