Aspiranten Enschede Lions schrijven geschiedenis met LANDSTITEL!!

(Door Eddy van der Ley) Het is GELUKT! De aspiranten van Luttikhuis Enschede Lions zijn KAMPIOEN VAN NEDERLAND!!!! De ploeg van succescoach Dicky de Vos maakte zaterdag, in een heus kampioensduel, aan alle twijfel een einde, door in Hoorn concurrent Blue Mountain Cougars van het ijs te vegen: 4-7.

Als Louis van Gaal de coach van Luttikhuis Enschede Lions was geweest, zou hij misschien wel de volgende teksten de wereld in hebben geschreeuwd: ‘Wij zijn de beste van Enschede!!! Wij zijn de beste van Geleen!!! Wij zijn de beste van Dordrecht!!! Wij zijn de beste van Zoetermeer!!! Wij zijn de beste van Leiden!!! Wij zijn de beste van Ne-der-land!!!’ Louis van Gaal is niet de trainer van de aspiranten, dat is Dicky de Vos – die veel meer verstand heeft van ijshockey – maar feit is dat Enschede Lions bij de aspiranten de BESTE VAN NEDERLAND is geworden!

Zeven, zes, vijf, vier, drie, twee, één… JAAAAAAAHHHHH!!! Als in ijshal De Westfries in Hoorn om 17.33 uur het eindsignaal klinkt, gaan alle remmen los. Onder het dierlijke gejuich en het fanatieke getoeter van de dertig meegereisde fans, sprinten de ijshockeyers van Enschede Lions op doelman Bart af. Igor bereikt hem als eerste. De verdediger komt ongeveer twee meter van de grond, zo wijzen de beelden later uit. ‘Het moet de adrenaline van het kampioensgevoel zijn geweest, anatomisch en rekenkundig valt het in ieder geval niet te verklaren’, zal hij nadien zeggen.

In een mum van tijd duikelt iedereen en alles over elkaar heen. Het is een kluwen van ultiem geluk. De scrum van de kampioen. De scrum van LUTTIKHUIS ENSCHEDE LIONS. De KAMPIOEN VAN NEDERLAND bij de aspiranten, in het seizoen 2014/2015. Een gedenkwaardig seizoen, een merkwaardig seizoen, maar bovenal: een uiterst succesrijk seizoen. En vooral ook: de beloning voor jaren van hard werken. Van rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan. (Vrij naar ‘Opzij’ van Herman van Veen).

Doorgaan betekende beter worden, progressie boeken, aan een collectief bouwen. Ieder seizoen werden ‘we’ beter. En vijf jaar na de eerste competitiewedstrijd ooit, uit bij Utrecht (over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd), is de bekroning dan een feit. Trots als een hond met zeven lullen showde aanvoerder Quinten van der Leest de kampioensbeker als eerste aan de goden. Vervolgens ging de beker van hand tot hand en zorgden de teamfoto’s voor de vereeuwiging van een stukje ijshockeyhistorie.

Dit zijn de namen van de helden die in het seizoen 2014/2015 ijshockeygeschiedenis schreven: Bart Arnolli, Lisa Boomhuis, Joy Ekelhof, Roxy Fokker, Dani van Gemert, Bram ter Haar, Quinten van der Leest, Nick Legtenberg, Igor van der Ley, Micha van Netten, Stevie van Onna, Daryn Scholte, Jop Schukkink, Timo Sloothaak, Leroy Tas, Nick de Vos, Taylor Vrolijk, Niek Willemsen en Ties Wonink.

Maar we noemen ook Ilen Madhavji, Joel Mollink en Pepijn van der Vaart. Zij deden de eerste twee wedstrijden mee, maar haakten op reglementaire gronden af. Ilen was in Hoorn van de partij om zijn ploeg vanaf de bank vurig aan te moedigen en van tips te voorzien. Na afloop sprak hij warme woorden: ‘Ik heb in Canada voor veel teams gespeeld, maar de vriendschap en de teamgeest van deze ploeg, nee, dat heb ik nog nooit meegemaakt. Dit is werkelijk uniek. Het is de mooiste ploeg waarin ik heb gespeeld. Dat is ook de reden waarom ik in Nederland ben gebleven. Ik ben blij dat ik een kleine bijdrage heb mogen leveren aan deze titel. Thank you, guys.’

Ook aanvoerder Quinten, die privé een moeilijke tijd beleeft, sprak beklemmende woorden. ‘Spelen en trainen met deze ploeg is voor mij een geweldige afleiding geweest. Ik heb echt heel veel steun aan mijn ploegmaats gehad. Dat zal ik nooit vergeten. Als eenheid hebben we de titel gepakt. Toen we in het begin vier punten aftrek kregen, was ik benieuwd hoe we daarop zouden reageren. Maar dat hebben we op een geweldige manier gedaan. We zijn blijven geloven in de titel, hebben ons niet laten afleiden en hebben alle wedstrijden gewonnen.’

Die mentale veerkracht was ook kampioenscoach Dicky de Vos opgevallen. ‘Ik was benieuwd naar de reactie na die tegenvaller, maar de groep heeft me echt verbaasd, in positieve zin. Op het ijs was aan niets te merken dat ze een teleurstelling te verduren hadden gehad. Ze bleven met veel elan spelen en wedstrijden winnen. Ook zonder de routine van de drie afhakers. Hun vervangers in de eerste lijnen pakten het uitstekend op en hebben grote stappen gemaakt. Geweldig om te zien. Er staat een ploeg die het kampioenschap op alle fronten heeft verdiend.’

Zo is het maar net. Het wettige en overtuigende bewijs werd zaterdag geleverd in de kampioenswedstrijd in en tegen Hoorn. De uitgangspositie was comfortabel, maar ergens ook link. Bij een overwinning of een gelijkspel zou de titel binnen zijn, maar bij een nederlaag met twee treffers verschil was de thuisclub kampioen. Dat Enschede meer kwaliteit heeft, is duidelijk, maar zo’n kampioenswedstrijd kent vaak een aparte en ongrijpbare dynamiek.

Want wat te denken van de heenreis. Vijftien kilometer voor Hoorn, ter hoogte van Middenbeemster, gingen in de bus de alarmbellen af. Er was een technisch/motorisch probleem. Op hoop van zegen werd Hoorn bereikt, maar het scheelde niet veel. Op de parkeerplaats bleek na consult van een monteur dat er een paar slangetjes kapot waren. We hadden niet vijf kilometer langer onderweg moeten zijn…

Eenmaal op het ijs van De Westfries, tegen een decor van twee fel meelevende supportersgroepen, begonnen de aspiranten nerveus aan het duel. De ploeg kreeg de puck niet uit het verdedigingsblok en al na 26 seconden liet Hoorn het thuispubliek juichen. Het zou toch niet? Nee, natuurlijk niet. Enschede herpakte zich, greep de regie van de wedstrijd en kon na negen minuten de gelijkmaker begroeten. En wat voor één? Joy schudde een geweldige solo uit zijn heupen, om van vóór de blauwe lijn (herhaal: van vóór de blauwe lijn) een kanonskogel van zijn stick te laten vertrekken.

De Hoornse goalie moet de puck niet eens gezien hebben, met zoveel snelheid teisterde de schijf van gevulkaniseerd rubber het doelnet. ‘Rond de 100 kilometer per uur’, dacht de dekselse puckduivel zelf, maar die schatting was echt aan de lage kant. Wij houden het op 135 kilometer per uur. De jubel over de 1-1 was nog niet verstomd, of Hoorn nam andermaal de leiding, met een nogal gelukkig doelpunt. Vervolgens werd Igor naar de strafbank gestuurd, wegens tripping. Het zou toch niet? Nee, natuurlijk niet. Kort nadat hij het beklaagdenbankje had verlaten, pikte hij de puck in het middenvak op, om er vervolgens iets magisch mee te doen. Met een wrist-shot stuurde hij de zwarte schijf met Zwitsrese precisie naar de bovenhoek, goed voor de verdiende 2-2.

In de tweede periode leken de aspiranten het beslissende verschil te maken. Binnen een tijdsbestek van dertien seconden (!) zorgden Joy en Nick de Vos voor euforie in het Lions-kamp (2-4), maar Hoorn was nog niet verslagen. Het werd 3-4 en, via een eigen doelpunt, 4-4. Het zou toch niet? Nee, natuurlijk niet. In een kampioenswedstrijd gebeuren nu eenmaal gekke dingen en ook dit keer meende Alfred Hitchcock weer postuum aan de knoppen te moeten (gaan) zitten.

Goed beschouwd alleen maar mooi, want zo’n finale moet ook niet te snel beslist worden. Zoiets moet je uitstellen tot de laatste periode. Dat gebeurde prompt. Nadat Nick Legtenberg in het tweede bedrijf nog voor de hernieuwde voorsprong had gezorgd (4-5), tekende hij in de 48ste minuut ook voor de 4-6. En toen de sterk spelende Leroy in de 56ste minuut de 4-7 scoorde, na fraai voorbereidend werk van Joy, was het helemaal kat-in-het-bakkie. Nou ja, op de wraakactie van (twee spelers van) Hoorn na, dan. Uit pure frustratie moest er nog even een speler van Enschede op de bek getimmerd worden, en eigenlijk zou Joy het doelwit zijn, maar ja, die kregen ze simpelweg niet te pakken.

Precies zeven seconden voor afloop – het aftellen naar de titel was in volle gang – was Leroy de pineut. Hij kreeg de volle laag, maar liet zich, als logische reactie, zelf evenmin onbetuigd. De scheidsrechters traden goed op door zich letterlijk op de kemphanen te smijten en vervolgens de passende straffen uit te delen. De coach van Hoorn keek met het schaamrood op de kaken toe en verontschuldigde zich nadien keurig voor het gedrag van de vechtjassen.

Het kon de pret niet drukken. De resterende seconden werden juichend afgeteld en bij het horen van de zoomer was de hemelbestorming voltooid. In de bus zongen de helden uit volle borst kampioensliederen als ‘We are the champions’ en ‘Campione, Campione, olé, olé, olé’ en bij terugkomst wachtte een Italiaans onthaal met brandende fakkels, geïnitieerd door de ouders van Jop. Het kippenvel stond de busreizigers dik op de huid, als slotstuk van de reis naar Enschede, de metropool van het oosten, en de stad van Willem Wilmink, Adje van den Berg, Leroy Tas, Henk Elsink en Jan Cremer. De dekselse puckduivel Joy, nooit verlegen om een kwinkslag of scherpzinnige opmerking: ‘Die Leroy Tas, is dat niet een heldhaftige aanvaller van Luttikhuis Enschede Lions?’

Check voor een uitgebreide fotoreportage de Facebook-pagina van de Enschede Lions!

Over jurjen

Bekijk ook

Notulen vergadering 23 mei

Marco opent de vergadering op 23 mei 2017 in de Vrieler te Enschede en heet …